Er is geen specifieke Europese normering van toepassing op een pannakooi.
Een pannakooi valt onder de Algemene Wet van 9 februari 1994 betreffende de veiligheid van producten en diensten. Deze wet bepaalt dat:
- Producten die op de markt worden gebracht veilig moeten zijn.
- Producenten de nodige veiligheidsinformatie moeten verstrekken (zoals handleiding of veiligheidsvoorschriften).
Een certificering volgens een specifieke Europese norm is voor een pannakooi niet verplicht.
Bestaan er Europese normen voor sport- of speeltoestellen?
Ja. Voor bepaalde productcategorieën bestaan specifieke Europese normen, zoals:
EN 15312 – Vrij toegankelijke multisportvoorzieningen
EN 1176 – Speeltoestellen
EN 16630 – Outdoor fitness apparatuur
Wanneer een product onder het toepassingsgebied van zo’n specifieke norm valt, wordt er aanbevolen om volgens die specifieke norm te produceren. Zo kan men aantonen dat het product voldoet aan de in die specifieke norm behandelde veiligheidsrisico’s.
Belangrijk:
Deze normen zijn richtinggevend en niet verplichtend. Afwijken ervan mag, zolang het product veilig is.
Waarom valt een pannakooi niet onder een specifieke norm?
Een pannakooi:
Is geen klassiek speeltoestel (zoals een glijbaan, schommel of klimtoestel) → dus geen EN 1176
Is geen grote vaste multisport voorziening zoals bedoeld in EN 15312 → dus geen EN 15312
Er bestaat dus geen specifieke Europese normering die rechtstreeks van toepassing is op een pannakooi.
Een certificaat “conform norm X” afleveren voor een pannakooi is dan ook niet mogelijk, tenzij men ze vrijwillig laat beoordelen binnen een bepaalde zelfgekozen normcontext.
Indien geen certificatie volgens een norm wordt toegepast (wat dus ook niet verplicht is), volstaat het uitvoeren van een risico-analyse.
Wat als een pannakooi op een speelterrein wordt geplaatst?
Wanneer een pannakooi wordt geplaatst op een speelterrein, nabij speeltoestellen (zoals schommels of glijbanen) en zonder duidelijke afscheiding, wordt zij beschouwd als onderdeel van het speelterrein en dient de pannakooi als een “speeltoestel” beschouwd te worden.
In dat geval zijn drie wetgevingen van toepassing:
De Algemene Wet van 9 februari 1994 – veiligheid van producten en diensten
Het KB van 28 maart 2001 betreffende de veiligheid van speeltoestellen
Het KB van 28 maart 2001 betreffende de uitbating van speelterreinen
Deze Koninklijke Besluiten (KB) leggen een bepaald veiligheidsniveau op (gebaseerd op EN 1176), maar verplichten geen certificering volgens die norm.
Volgens het KB moet voor elk speeltoestel op een speelterrein aanwezig zijn:
Ofwel een verklaring van conformiteit met EN 1176
Ofwel een risico-analyse
Voor het speelterrein in zijn geheel moet de uitbater sowieso altijd een sluitende risico-analyse kunnen voorleggen.
Wat betekent dit concreet voor een pannakooi op een speelterrein?
Er zijn twee mogelijkheden:
De pannakooi ter plaatse laten beoordelen volgens EN 1176
Een risico-analyse uitvoeren voor de pannakooi binnen het speelterrein
Beide opties zijn wettelijk correct.
KORT SAMENGEVAT
Een pannakooi valt onder de Algemene Wet van 9 februari 1994 betreffende de veiligheid van producten en diensten.
Er is geen specifieke Europese normering van toepassing op een pannakooi.
Certificering volgens een Europese norm is niet verplicht.
Wordt de pannakooi geplaatst op een speelterrein nabij “echte speeltoestellen”, dan zijn ook het “KB veiligheid speeltoestellen” en het “KB uitbating speelterreinen” van toepassing.
In dat geval is ofwel een conformiteitsverklaring volgens EN 1176, ofwel een risico-analyse vereist.